ECLI:NL:CRVB:2015:3078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medeterugvordering bijstand zonder dringende redenen tot kwijtschelding
Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft bij besluit de bijstand van J. ingetrokken en de kosten van de verleende bijstand over de periode juni 2003 tot september 2007 teruggevorderd, mede van appellant vanwege gezamenlijke huishouding.
Na eerdere uitspraken van de Raad werd de medeterugvordering beperkt tot de periode augustus 2005 tot september 2007. Het college handhaafde de terugvordering en stelde dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant zijn stellingen over psychische gesteldheid en financiële omstandigheden onvoldoende onderbouwde. In hoger beroep herhaalde appellant deze gronden zonder nieuwe feiten aan te dragen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen dringende redenen zijn aangetoond om af te zien van medeterugvordering en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medeterugvordering en wijst het verzoek om afzien daarvan en schadevergoeding af.