ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herberekening terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en vermogensoverschrijding
Appellante ontving bijstand vanaf 2003, maar het College trok deze in en vorderde de kosten terug wegens vermoeden van vermogen boven de vrijlatingsgrens en het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. De Raad vernietigt het besluit over de periode 1 april 2004 tot 1 augustus 2005 wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding en oordeelt dat appellante vanaf 1 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met appellant.
De Raad stelt vast dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door het niet melden van vermogen en de gezamenlijke huishouding, waardoor het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. De Raad vernietigt het besluit van 15 februari 2008 wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro) en handhaaft de rechtsgevolgen. De rechtbank heeft ten onrechte de grondslag van het besluit uitgebreid, wat niet is toegestaan.
Voor de periode 1 augustus 2005 tot 3 september 2007 is sprake van gezamenlijke huishouding en recht op terugvordering van bijstandskosten mede van appellant. Voor de periode 1 april 2004 tot 1 augustus 2005 is dat niet vastgesteld, waardoor het besluit tot medeterugvordering wordt vernietigd en het College wordt opgedragen dit opnieuw te berekenen. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over de terugvordering en draagt het College op het bedrag te herberekenen, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.