Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant en belanghebbende zijn gescheiden en hebben drie kinderen met een co-ouderschapsregeling waarbij de kinderen gelijk verdeeld verblijven. Hoewel zij een formulier van de Sociale verzekeringsbank (Svb) ondertekenden waarin stond dat de kinderbijslag aan belanghebbende moest worden betaald, hebben zij hierover geen afspraken gemaakt in het echtscheidingsconvenant of ouderschapsplan.
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor één kind, maar de Svb wees dit af omdat de kinderbijslag bij co-ouderschap gelijk verdeeld moet worden tenzij in dezelfde overeenkomst anders is afgesproken. De rechtbank bevestigde dit besluit.
De Centrale Raad oordeelt dat de Svb onjuist artikel 5a, eerste lid, van het Samenloopbesluit heeft toegepast omdat de uitzondering alleen geldt bij afwijkingen in dezelfde overeenkomst, wat hier niet het geval is. De Raad draagt het UWV op het besluit te herstellen en nader te beoordelen of het verzoek van appellant als een betalingsverzoek in de zin van de wet kan worden aangemerkt.
De uitspraak benadrukt dat afspraken over kinderbijslag binnen een echtscheidingsconvenant of ouderschapsplan moeten worden vastgelegd om van de hoofdregel af te wijken. De Svb moet zorgvuldig toetsen of verzoeken tot betaling aan een andere ouder dan de standaardregeling voldoen aan de wettelijke criteria.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om kinderbijslag te ontvangen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een afwijkende afspraak in de overeenkomst.