ECLI:NL:CRVB:2015:3092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.S. van der Kolk
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen hand- en vingergebruik
Betrokkene is na een fietsongeval in 2009 arbeidsongeschikt geraakt en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarna het UWV besloot geen recht op uitkering toe te kennen. Betrokkene maakte bezwaar en beroep, waarbij de verzekeringsarts de beperkingen licht aanpaste maar de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen door het carpaal tunnelsyndroom, mede gezien operaties aan beide handen. De rechtbank gaf het UWV de opdracht het besluit te heroverwegen met nadere informatie. Het UWV voerde daarop nader onderzoek uit en concludeerde dat de beperkingen voldoende waren vastgesteld, waarbij geen aanwijzingen waren voor ernstigere beperkingen op de datum van beoordeling.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de verzekeringsarts zorgvuldig en inhoudelijk onderzoek heeft gedaan, en dat de beperkingen in de FML passend zijn gemotiveerd. De Raad vernietigt het eerdere vonnis voor zover het een nieuw besluit op bezwaar opdroeg, maar bevestigt de overige onderdelen. De rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis dat een nieuw besluit op bezwaar opdroeg wordt vernietigd, waarbij het oorspronkelijke besluit in stand blijft.