ECLI:NL:CRVB:2015:3101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding met broer
Appellant vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees dit af omdat appellant een gezamenlijke huishouding zou voeren met zijn broer. Appellant woonde bij zijn broer en betaalde huur, maar kon dit niet altijd voldoen. Hij stelde dat er sprake was van een zakelijke huurovereenkomst en geen gezamenlijke huishouding.
De afdeling Bijzonder Onderzoek voerde een onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant en zijn broer samenwoonden en zorg voor elkaar droegen, zoals het betalen van boodschappen door de broer en het verrichten van huishoudelijke taken door appellant. De verklaring van appellant hierover was onvoldoende gedetailleerd en werd door de Raad als betrouwbaar beoordeeld.
De Raad oordeelde dat er sprake was van wederzijdse zorg en daarmee een gezamenlijke huishouding volgens de WWB, waardoor appellant niet als alleenstaande bijstandsontvanger kon worden beschouwd. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wegens niet toegekende bijstand werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met zijn broer.