ECLI:NL:CRVB:2015:3108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens reeds aanwezige voorzieningen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verhuisde begin augustus 2012 met een urgentieverklaring naar een nieuwe woning. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten en woninginrichting, waaronder laminaat, gordijnen en een gasfornuis. Het college wees de aanvraag af omdat tijdens een huisbezoek was vastgesteld dat de woning al over deze voorzieningen beschikte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat zij geen ruimte had om te reserveren voor de kosten vanwege haar financiële situatie en dat zij extra medische kosten had. Tevens voerde zij aan dat zij ook bijzondere bijstand voor verhuiskosten had aangevraagd.
De Raad oordeelde dat er geen aanvraag voor verhuiskosten was ingediend en dat de aanvraag uitsluitend betrekking had op inrichtingskosten. Verder was de woning ten tijde van de aanvraag al voorzien van de gevraagde voorzieningen, zodat er geen noodzaak was voor bijzondere bijstand. Het feit dat appellante geld had moeten lenen, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat de woning al was voorzien van de gevraagde voorzieningen.