ECLI:NL:CRVB:2015:3124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering en loonsanctie na ziekte werkneemster
Werkneemster ontving van 2000 tot 2006 een WAO-uitkering vanwege astma, spanningsklachten en rugklachten. Na haar ziekmelding in 2010 heeft het UWV beoordeeld dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen. Appellante stelde dat er sprake was van toegenomen beperkingen, onderbouwd met een verslag van een bedrijfsarts.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV heeft echter op basis van informatie van de huisarts en eigen onderzoek geconcludeerd dat er geen toename van beperkingen was sinds de ziekmelding. De Raad vond het verslag van de bedrijfsarts onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een verslechtering.
Daarnaast werd een beroepsgrond over de loonsanctie te laat ingebracht en daarom niet meegenomen in de beoordeling. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank dat de loonsanctie terecht was opgelegd vanwege het niet nakomen van re-integratieverplichtingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.