ECLI:NL:CRVB:2015:3193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag op grond van overgangsrecht en AOW-pensioenbeoordeling
Betrokkenen, die na remigratie in Marokko wonen en AOW-pensioen ontvangen, ontvingen kinderbijslag op grond van overgangsrecht in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) besloot de kinderbijslag te beëindigen omdat het AOW-pensioen van betrokkenen zelf minder dan 35% van het minimumloon bedroeg, waarbij het AOW-pensioen van hun echtgenotes niet werd meegerekend.
De rechtbank had geoordeeld dat het buiten beschouwing laten van het AOW-pensioen van de echtgenotes in strijd was met het overgangsrecht. De Svb ging in hoger beroep en stelde dat sinds de wijziging van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid (NMV) per 1 november 2004 de echtgenotes een zelfstandig recht op AOW-pensioen hebben, waardoor dit pensioen niet langer bij dat van de betrokkene mag worden geteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het overgangsrecht een individuele beoordeling vereist en dat het AOW-pensioen van de echtgenotes sinds de wijziging van het NMV niet meer als onderdeel van het pensioen van de betrokkene mag worden beschouwd. De Svb heeft daarom terecht het recht op kinderbijslag beëindigd. De overgangstermijn van twee kwartalen die de Svb hanteerde is niet onredelijk. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de beslissingen van de Svb ongegrond.
Uitkomst: De Svb heeft terecht het AOW-pensioen van de echtgenotes buiten beschouwing gelaten en de kinderbijslag aan betrokkenen beëindigd.