ECLI:NL:CRVB:2011:BR3965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toepassing en uitleg van het Nederlands-Marokkaans Verdrag op AOW-pensioenrechten
Appellant en appellante, gehuwd en woonachtig respectievelijk in Nederland en Marokko, voerden hoger beroep tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) over de toepassing van het Nederlands-Marokkaans Verdrag (NMV) op hun AOW-pensioenrechten.
De Svb had een korting toegepast op het ouderdomspensioen en de partnertoeslag wegens niet-verzekerde jaren. Het geschil betrof met name de vraag of huwelijkse tijdvakken vóór 1 november 2004 als verzekeringsjaren moesten worden erkend en of appellante tijdig was toegelaten tot de vrijwillige AOW-verzekering na de wijziging van het NMV per 1 november 2004.
De Raad oordeelde dat de Svb ten onrechte de huwelijkse tijdvakken vóór 1 november 2004 niet had gehonoreerd conform het oude NMV en het bijbehorende beleid, waardoor het besluit op bezwaar 1 werd vernietigd. Het beroep tegen het besluit op bezwaar 2, waarin de niet-tijdige aanvraag van appellante voor vrijwillige verzekering werd afgewezen, werd echter afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
De Raad benadrukte dat het primair op de weg van appellanten lag om tijdig de pensioenopbouw te waarborgen en dat onbekendheid met het gewijzigde NMV geen bijzonder geval vormt. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over huwelijkse tijdvakken vóór 1 november 2004 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit over de niet-tijdige aanvraag vrijwillige verzekering wordt afgewezen.