Uitspraak
24 april 2013, 12/4594 (aangevallen uitspraak)
mr. M.J.F. Bär.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 18 september 2015.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als transportplanner, staakte haar werk in 2008 wegens pijnklachten en vermoeidheid. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe per 2010. Na een herbeoordeling in 2012 bleef het verlies aan verdienvermogen 100%, maar het UWV weigerde een IVA-uitkering omdat de arbeidsbeperkingen niet duurzaam werden geacht.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er ruimte was voor een gunstige prognose vanwege de aard van fibromyalgie en CRPS, waarbij pijn een bepalende rol speelt. De rechtbank oordeelde dat het UWV op goede gronden de IVA-uitkering weigerde, omdat verbetering van belastbaarheid verwacht mocht worden.
Appellante betoogde dat fibromyalgie chronisch is en herstel niet te verwachten, maar de Raad volgde de verzekeringsarts die op basis van concrete feiten en medische rapporten een reële kans op herstel inschatte. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering wegens onvoldoende duurzaam arbeidsongeschikt zijn.