ECLI:NL:CRVB:2015:3277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen volgens Wet WIA
Belanghebbende viel sinds oktober 2009 uit wegens psychische klachten en vroeg in juli 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV verlengde het loonbetalingsverplichtingstijdvak met 52 weken tot oktober 2012 wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het tijdsverloop tussen melding en start re-integratie niet onredelijk was en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het tijdsverloop tussen melding van re-integratiemogelijkheden en daadwerkelijke start onnodig lang en onredelijk was. Hoewel de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat bij tijdige start in augustus 2011 volledige hervatting mogelijk was, concludeerde de Raad dat de werkgever onvoldoende adequaat had gehandeld.
De Raad vernietigde de eerdere rechtbankuitspraken en verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, waarmee de loonsanctie stand hield. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft gehandhaafd.