ECLI:NL:CRVB:2015:329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante is sinds december 2008 arbeidsongeschikt wegens nek-, arm- en beenklachten en heeft een re-integratiepoging bij haar werkgever niet kunnen voltooien. Het UWV heeft op 6 januari 2011 een WIA-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar is zij onderzocht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die zwaardere beperkingen vaststelde dan aanvankelijk, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juni 2011. De arbeidsdeskundige selecteerde daarop functies die appellante zou kunnen vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, waaronder jeukklachten, migraine en beperkte arm- en handfunctie, onvoldoende waren meegewogen, evenals haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, met uitgebreide informatie van diverse medisch specialisten. De FML houdt rekening met zwaardere beperkingen dan het primaire besluit. De arbeidsdeskundige rapporten onderbouwen dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies, ook rekening houdend met haar taalbeheersing. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.