ECLI:NL:CRVB:2015:3322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering per 24 mei 2013 te beëindigen. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd. Hierbij werd niet alleen eigen onderzoek door de verzekeringsarts betrokken, maar ook informatie van de huisarts, neuroloog, psychiater en maatschappelijk werk.
De rechtbank vond het niet onzorgvuldig dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanvullende informatie van de psychiater had ingewonnen, aangezien de psychische klachten voldoende waren meegenomen in de beoordeling. Ook de lichamelijke klachten, waaronder rugklachten, gaven geen aanleiding tot een ruimere beperking dan eerder vastgesteld in het kader van de Wet WIA.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Nieuwe medische gegevens over een mogelijke dagbehandeling en medicamenteuze ondersteuning konden geen aanleiding geven tot een ander oordeel over de gezondheidssituatie op de beslissingsdatum. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.