ECLI:NL:CRVB:2015:3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die wegens lichamelijke en psychische klachten arbeidsongeschikt werd, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant niet arbeidsongeschikt was in de zin van de wet en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet werden onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten, waaronder epilepsie, jicht, nierproblemen en depressieve klachten, en dat een urenbeperking zou moeten worden aangenomen. Hij overhandigde nieuwe medische stukken ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding geven het eerdere standpunt te wijzigen. De verzekeringsarts had de nieuwe medische informatie beoordeeld en geconcludeerd dat de diagnoses voldoende waren meegewogen en dat de belastbaarheid niet was overschat. Ook de arbeidsdeskundige had vastgesteld dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.