ECLI:NL:CRVB:2015:3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 15 september 2011 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft bij besluit vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit is door de rechtbank Midden-Nederland bevestigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep voert appellante aan dat haar beperkingen zwaarder zijn dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vermeld en dat haar vrijstelling van sollicitatieplicht en het ontbreken van een re-integratietraject wijzen op volledige arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden onvoldoende objectief zijn onderbouwd en onderschrijft de eerdere beoordeling dat zij geschikt is voor de geduide functies.
De Raad wijst erop dat de WIA een eigen beoordelingskader kent, verschillend van andere regelingen zoals de WW. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd dat appellante niet voldoende arbeidsongeschikt is voor een WIA-uitkering.