ECLI:NL:CRVB:2015:3385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WIA-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag dit besluit en stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, wat leidde tot intrekking van de WIA-uitkering en toekenning van een WW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd gevolgd.
In hoger beroep stelde appellante dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en overhandigde een expertise-rapport van een psycholoog. De Raad oordeelde dat het besluit van het UWV niet op een deugdelijke medische grondslag berustte. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had onvoldoende gemotiveerd afgeweken van het oordeel van de primaire verzekeringsarts, die een ernstige beperking vaststelde op basis van een uitgebreid medisch onderzoek.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, stelde vast dat appellante recht heeft op een WGA-uitkering vanaf 31 januari 2013 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt vernietigd en appellante heeft recht op een WGA-uitkering vanaf 31 januari 2013.