ECLI:NL:CRVB:2015:3428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkeringsaanvraag wegens niet tijdig contact opnemen met UWV
Appellant ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en meldde zich op 24 januari 2013 ziek. Het UWV verzocht hem om een vragenlijst in te vullen en telefonisch contact op te nemen, met de waarschuwing dat bij niet-naleving zijn Ziektewet-aanvraag niet verder in behandeling zou worden genomen. Appellant voldeed niet aan deze verzoeken.
Het UWV besloot op 4 maart 2013 dat appellant geen aanspraak kon maken op een Ziektewet-uitkering. Appellant stelde bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond, maar in verzet werd dit oordeel herroepen en het onderzoek voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig was verzonden en verklaarde het bezwaar terecht ontvankelijk en gegrond, waarna het UWV een nieuw besluit nam. Dit nieuwe besluit verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond omdat appellant niet aan de verplichtingen had voldaan.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel contact had opgenomen met het UWV, maar kon dit niet onderbouwen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet had aangetoond dat hij tijdig contact had gezocht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; aanvraag Ziektewet-uitkering niet verder in behandeling genomen wegens niet tijdig contact opnemen met UWV.