Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster, voormalig directeur bij een werkgever, werd op staande voet ontslagen en kreeg een Ziektewet-uitkering geweigerd omdat zij niet verzekerd was voor de ZW. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar was, mede vanwege telefonische contacten van haar zus met het UWV.
In hoger beroep stelde verzoekster dat zij door intensieve chemotherapie niet tijdig bezwaar kon maken en dat de telefonische contacten met het UWV door haarzelf waren geweest. De Raad oordeelde dat het UWV het bezwaar terecht ontvankelijk had verklaard, waarbij de medische situatie van verzoekster en de beoordeling van een verzekeringsarts centraal stonden.
De Raad stelde vast dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij na 28 maart 2014 een arbeidsovereenkomst had met de werkgever, ondanks loonstroken en salarisbetalingen. De polisadministratie van het UWV toonde aan dat zij als bestuurder/directeur stond ingeschreven en niet verzekerd was voor de ZW.
Gelet op deze feiten handhaafde de Raad het besluit van het UWV om de ZW-uitkering te weigeren en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De financiële situatie van verzoekster en haar verzoek om een voorschot werden niet gehonoreerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet verzekerd was voor de Ziektewet.