ECLI:NL:CRVB:2015:3487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde na onderzoek vast dat hij niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, met wie hij gehuwd was en twee kinderen had. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet samenwoonde met zijn echtgenote en slechts tijdelijk zorg verleende vanwege haar slechte gezondheid na de bevalling. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven vereist dat er sprake is van een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving, waarbij ieder zijn eigen leven leidt.
De Raad concludeerde dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leefden. Appellant verbleef meerdere dagen per week bij zijn echtgenote, verzorgde de kinderen, deed boodschappen, had een eigen sleutel en gebruikte een auto op haar naam. De stelling van een tijdelijke situatie en enkel zorgen voor de kinderen werd verworpen. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.