ECLI:NL:CRVB:2015:3515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstandsuitkering voor tandheelkundige kosten wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige kosten van €1.858,57, terwijl zijn zorgverzekering een vergoeding van maximaal €570,- per jaar biedt. Het college wees de aanvraag af op grond van de WWB, omdat de Zorgverzekeringswet als een voorliggende, toereikende en passende voorziening geldt en er geen sprake was van een acute noodsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij voerde onder meer vooringenomenheid van de rechtbank aan en stelde dat de WWB-artikelen in strijd zijn met internationale verdragen. De Raad verwierp deze gronden wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad oordeelde dat een acute noodsituatie vereist is voor bijzondere bijstand op grond van artikel 16 WWB Pro, wat inhoudt dat er sprake moet zijn van een levensbedreigende situatie of blijvend ernstig letsel. De appellant kon dit niet aantonen, zijn stelling dat een levensbedreigende situatie in de toekomst mogelijk is, volstaat niet.
Ook het beroep op internationale verdragen werd verworpen omdat deze niet direct aanspraken scheppen en appellant geen concrete bepalingen noemde. De Raad bevestigde dat verschillen in gemeentelijk beleid mogelijk zijn binnen de gedecentraliseerde uitvoering van de WWB.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens ontbreken van een acute noodsituatie.