ECLI:NL:CRVB:2015:3527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht AWBZ voor Duitse student met nevenwerkzaamheden in Nederland
Appellante, een Duitse student die sinds medio 2009 in Nederland woont en studeert, verrichtte tijdens haar studie diverse baantjes in loondienst. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat zij vanaf 13 juli 2009 tot en met 31 augustus 2011 en van 1 juli 2012 tot en met 22 augustus 2013 verzekerd was voor de AWBZ. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij uitsluitend wegens studieredenen in Nederland woonde en daarom niet verzekerd zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is voor de toepassing van Verordening 1408/71 en 883/2004 niet relevant hoeveel tijd aan werkzaamheden wordt besteed; het verrichten van arbeid in loondienst leidt tot toepassing van de wetgeving van de lidstaat waar de werkzaamheden plaatsvinden.
De Raad oordeelt dat appellante niet voldoet aan de voorwaarde van uitsluitend studieredenen, omdat haar werkzaamheden niet uitsluitend op de studie zagen. Het onderscheid dat de wetgever maakt tussen studenten die beroepswerkzaamheden verrichten en studenten die stages lopen, is gerechtvaardigd en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of artikel 26 IVBPR Pro. De regeling sluit aan bij het internationaal aanvaarde uitgangspunt dat sociale wetgeving van toepassing is in het land waar de beroepswerkzaamheden plaatsvinden.
De Raad verklaart de aangevallen uitspraak als bevoegdelijk gedaan en bevestigt dat appellante gedurende de relevante perioden verzekerd was voor de AWBZ. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellante was verzekerd voor de AWBZ en het beroep op uitsluiting wegens uitsluitend studieredenen wordt afgewezen.