ECLI:NL:CRVB:2015:3541

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 oktober 2015
Publicatiedatum
14 oktober 2015
Zaaknummer
14/7092 WWAJ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens geldige intrekking na beroepstermijn

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Zij verzocht om uitstel en trok vervolgens haar hoger beroep in. Later verzocht zij de intrekking als niet geschreven te beschouwen en wilde het beroep alsnog voortzetten. De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak een eenmaal rechtsgeldig ingetrokken beroep na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer kan worden hersteld, tenzij sprake is van omstandigheden die niet aan appellante zijn toe te rekenen, zoals dwaling, dwang of bedrog.

Uit de medische gegevens bleek dat appellante weliswaar klachten heeft, waaronder het syndroom van Asperger, maar dat zij in staat is haar belangen zelf of via anderen te laten behartigen. De intrekking was een bewuste beslissing, waar zij later spijt van kreeg, maar dit valt niet onder dwaling in juridische zin. Appellante had juridische bijstand en begeleiding, en er was geen sprake van wilsgebreken.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 14 oktober 2015 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking na het verstrijken van de beroepstermijn.

Uitspraak

14/7092 WWAJ
Datum uitspraak: 14 oktober 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
18 november 2014, 14/2951 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. Keizer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Op 6 april 2015 heeft appellante om uitstel van haar hoger beroep verzocht.
Bij brief van 18 april 2015 heeft appellante haar hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 8 mei 2015 heeft appellante verzocht haar brief van 18 april 2015 als niet geschreven te beschouwen.
Desgevraagd heeft appellante de intrekking van haar hoger beroep bij brief van 9 juni 2015 toegelicht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar begeleidend jobcoach [naam] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.I. Damsma.

OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft in haar brief van 9 juni 2015, samengevat, toegelicht dat zij het hoger beroep heeft ingetrokken omdat zij geen antwoord had gekregen op haar bij brief van 6 april 2015 aan de Raad gestelde vraag of bij de behandeling van haar hoger beroep ook nieuwe medische verslagen in de beoordeling zouden worden betrokken. Omdat zij in dezelfde periode ook op een hoorzitting van het Uwv zou verschijnen wilde zij de zaken niet parallel laten lopen. Vanwege de psychische belasting die een nieuwe, lange procedure bij het Uwv zal vergen, heeft zij op 9 juni 2015 gemeld alsnog haar beroep bij de Raad te willen doorzetten.
2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
2.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan een bevoegdelijk gedane intrekking van een beroep na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer ongedaan worden gemaakt, tenzij sprake is van betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden, waardoor hij in een situatie van dwaling verkeerde of blijkt van dwang of bedrog van enige zijde teneinde de betrokkene ertoe te bewegen het beroep in te trekken (ECLI:NL:CRVB:2005:AT4963, ECLI:NL:CRVB:2007:BA5872).
2.2.
Voor dit geval is van belang dat appellante weliswaar een veelheid aan klachten kent, zoals uit de door haar ingezonden medische gegevens blijkt, waaronder de vaststelling dat zij lijdt aan het syndroom van Asperger, maar dat uit die gegevens niet aannemelijk wordt dat zij niet in staat is haar belangen zelf dan wel door anderen te laten behartigen. Uit wat appellante over de intrekking van haar hoger beroep heeft gemeld en ter zitting heeft toegelicht moet worden geconcludeerd dat appellante bewust tot intrekking van het hoger beroep heeft besloten, en na enkele weken daarvan spijt kreeg. Dat kan niet als een situatie van dwaling als in 2.1 bedoeld worden aangemerkt. Daarbij komt dat appellante zich aanvankelijk had voorzien van juridische bijstand en zij, toen deze zich had teruggetrokken, vanaf januari 2015 is bijgestaan door [naam] . Niet valt in te zien dat appellante zonder dat het haar is toe te rekenen geen gebruik heeft gemaakt van deze of andere begeleiding bij de afweging om de procedure door te zetten. Ook anderszins is van wilsgebreken bij appellante niet gebleken.
2.3.
Uit 2.1 en 2.2 volgt dat het hoger beroep rechtsgeldig is ingetrokken en dat die intrekking niet, zoals appellante beoogt, na het verstrijken van de hoger beroepstermijn ongedaan kan worden gemaakt. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van
C. M.A.V. van Kleef als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2015.
(getekend) J.S. van der Kolk
(getekend) C.M.A.V. van Kleef

UM