ECLI:NL:CRVB:2015:3541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens geldige intrekking na beroepstermijn
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Zij verzocht om uitstel en trok vervolgens haar hoger beroep in. Later verzocht zij de intrekking als niet geschreven te beschouwen en wilde het beroep alsnog voortzetten. De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak een eenmaal rechtsgeldig ingetrokken beroep na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer kan worden hersteld, tenzij sprake is van omstandigheden die niet aan appellante zijn toe te rekenen, zoals dwaling, dwang of bedrog.
Uit de medische gegevens bleek dat appellante weliswaar klachten heeft, waaronder het syndroom van Asperger, maar dat zij in staat is haar belangen zelf of via anderen te laten behartigen. De intrekking was een bewuste beslissing, waar zij later spijt van kreeg, maar dit valt niet onder dwaling in juridische zin. Appellante had juridische bijstand en begeleiding, en er was geen sprake van wilsgebreken.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 14 oktober 2015 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking na het verstrijken van de beroepstermijn.