ECLI:NL:CRVB:2005:AT4963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgeldige intrekking van beroep tegen opheffing schorsing nabestaandenuitkering
Appellante ontving een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW), die was omgezet uit een weduwenpensioen. Vanwege het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats was afgesproken dat zij elk half jaar contact opneemt met de Sociale verzekeringsbank ter controle van haar in leven zijn. Na een schorsing van de uitkering wegens het niet tijdig melden, werd de betaling hervat na telefonisch contact.
Appellante stelde bezwaar in tegen het besluit tot hervatting van de uitkering, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang had bij inhoudelijke beoordeling. Bij de zitting van de rechtbank op 20 augustus 2003 werd het beroep door appellante ter zitting ingetrokken, wat de rechtbank bevestigde in haar uitspraak van 8 september 2003.
Appellante stelde later dat zij het beroep niet had ingetrokken en wilde een uitspraak. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat de intrekking rechtsgeldig was, gelet op het proces-verbaal en de aanwezigheid van de gemachtigde van gedaagde. Er was geen sprake van dwaling, bedreiging of misbruik. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtsgeldige intrekking van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.