ECLI:NL:CRVB:2015:3559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB tot 1 december 2012, waarna haar bijstand werd ingetrokken. Na een nieuwe aanvraag in januari 2013 voerde het bestuur een onderzoek uit naar haar woonsituatie, inclusief huisbezoeken en een rechtmatigheidsgesprek. Het bestuur concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde en wees de aanvraag af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat er geen sprake was van informed consent voor het huisbezoek. De Raad oordeelde echter dat zij voorafgaand aan het huisbezoek schriftelijk toestemming had gegeven en dat zij tijdens het gesprek goed verstaanbaar was. De onderzoeksbevindingen, zoals een koude woning, een storing aan de verwarming, volle brievenbus en gebrek aan recent gebruikte kleding, ondersteunden het oordeel dat appellante niet op het opgegeven adres woonde.
Verklaringen van derden over het woonadres waren onvoldoende overtuigend. De Raad concludeerde dat appellante niet had voldaan aan haar medewerkingsplicht en dat het bestuur terecht de aanvraag had afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.