ECLI:NL:CRVB:2015:3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij
Appellant ontving sinds november 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en woonde op het uitkeringsadres. Na een melding van een hennepkwekerij in zijn woning heeft de gemeente Maassluis een onderzoek ingesteld. Appellant verklaarde onder druk te hebben gestaan om een ruimte ter beschikking te stellen voor de kwekerij, maar kon geen bewijsstukken overleggen.
Het college besloot de bijstand vanaf 1 april 2012 in te trekken en de kosten van bijstand over die periode terug te vorderen. Appellant voerde aan slechts als tussenpersoon te hebben gefungeerd zonder inkomsten te ontvangen, maar dit berustte op zijn eigen verklaring zonder objectief bewijs of administratie.
De Raad oordeelde dat het niet melden van de exploitatie van de hennepkwekerij een schending van de inlichtingenplicht is en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen inkomsten had uit de kwekerij. Daarom kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand in de betreffende periode. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie van een hennepkwekerij wordt bevestigd.