ECLI:NL:CRVB:2012:BX9977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Betrokkene ontving bijstand sinds 1994 en werd in mei 2007 betrapt op het exploiteren van een hennepkwekerij in haar woning. Het college trok daarop de bijstand over de periode 25 januari tot 21 mei 2007 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de schending pas vanaf 1 april 2007 aannemelijk was.
In hoger beroep stelde appellanten dat er geen inkomsten uit de kwekerij waren voordat de oogst plaatsvond en dat daarom geen schending van de inlichtingenverplichting kon worden vastgesteld. Het college herzag het besluit en trok de bijstand in vanaf 1 april 2007 tot 21 mei 2007, met terugvordering van de kosten.
De Raad oordeelde dat het verrichten van activiteiten gericht op het starten en exploiteren van een hennepkwekerij een situatie is die de bijstandsgerechtigde onverwijld moet melden, ongeacht of er al inkomsten zijn. Door het nalaten hiervan heeft betrokkene de inlichtingenverplichting geschonden. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting vanaf 1 april 2007 tot 21 mei 2007.