ECLI:NL:CRVB:2015:3612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant en bijstandsgerechtigde [naam] hebben samen twee kinderen en voerden volgens het college een gezamenlijke huishouding die niet aan het college was gemeld. Uit onderzoek, waaronder observaties en verklaringen, bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had op het adres van [naam], ondanks dat hij officieel op een ander adres stond ingeschreven.
Het college trok de bijstand van [naam] met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug, mede van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij alleen bij [naam] kwam vanwege de kinderen, maar de Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen en de verklaring van [naam] voldoende bewijs vormden voor een gezamenlijke huishouding.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het bestreden besluit. De reden waarom appellant zijn hoofdverblijf op het adres van [naam] had, was niet relevant; het ging om het feit dat zij een gezamenlijke huishouding voerden en dit niet hadden gemeld, wat een onweerlegbaar rechtsvermoeden opleverde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.