ECLI:NL:CRVB:2015:3629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere uitspraak en verklaart beroep ongegrond na toekenning Wajong-uitkering
Appellant had aanvankelijk een Wajong-uitkering geweigerd gekregen en diende op 24 mei 2011 een nieuwe aanvraag in. Het UWV wees deze aanvraag op 25 juli 2011 af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Appellant maakte bezwaar, waarbij hij expliciet aangaf geen terugwerkende kracht te willen voor de uitkering. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep stelde in een tussenuitspraak dat de aanvraag onvoldoende was beoordeeld en gaf het UWV opdracht dit te herstellen. Vervolgens kende het UWV met ingang van 30 mei 2011 alsnog een Wajong-uitkering toe. Appellants gemachtigde stelde dat appellant zich niet bewust was van zijn rechten en alsnog terugwerkende kracht wilde. Het UWV stelde dat de aanvraag alleen op de toekomst zag.
De Raad oordeelde dat het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond is omdat de aanvraag alleen op de toekomst zag en de terugwerkende kracht buiten de reikwijdte van het geding valt. Het eerdere besluit en de uitspraak werden vernietigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 april 2015 wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.