ECLI:NL:CRVB:2015:3641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepasselijkheid Nederlandse zorgverzekering per 1 mei 2020 voor Duitse gepensioneerde
Appellant, een Duitse gepensioneerde die sinds 1995 in Nederland woont en een Duits ambtenarenpensioen ontvangt, was volgens de Sociale Verzekeringsbank (Svb) tot 1 mei 2020 niet verzekerd onder de Nederlandse AWBZ, maar viel hij onder de Duitse wetgeving op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71. De Svb stelde dat vanaf 1 mei 2020 appellant onder de Nederlandse zorgverzekering valt, wat appellant betwistte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overgangsregeling in artikel 87, achtste lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004 bepaalt dat appellant onder de Duitse wetgeving blijft tot uiterlijk 1 mei 2020, tenzij relevante omstandigheden wijzigen. Vanaf die datum is appellant verplicht verzekerd onder de Nederlandse wetgeving. De Raad concludeerde dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat appellant vanaf 1 mei 2020 onder de Nederlandse zorgverzekering valt.
De Raad nam daarbij in aanmerking dat de AWBZ is ingetrokken per 1 januari 2015, maar dat de zorgverlening voortgezet wordt onder andere wetten met vergelijkbare verzekeringsbegrippen. Ook werd overwogen dat de Duitse regeling voor ambtenaren niet onder de toepasselijkheid van bepaalde artikelen van Verordening 883/2004 valt. De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Appellant valt vanaf 1 mei 2020 onder de Nederlandse zorgverzekering; hoger beroep wordt afgewezen.