ECLI:NL:CRVB:2015:3667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.F. Claessens
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Appellant ontving bijstand vanaf 1 juli 2011, ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het college een onderzoek naar het hoofdverblijf van appellant. Dit leidde tot intrekking van de bijstand met terugvordering van kosten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk op het uitkeringsadres woonde en dat het onderzoek onvoldoende bewijs leverde. De Raad beoordeelde dat het college de bewijslast droeg om aan te tonen dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.
De Raad oordeelde dat de waarnemingen bij het adres van de vriendin, het lage waterverbruik (dat appellant plausibel verklaarde) en de verklaringen van buurtbewoners onvoldoende en tegenstrijdig waren om het hoofdverblijf van appellant te ontkennen. Het besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en berustte niet op een deugdelijke feitelijke grondslag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het college ook in de proceskosten van appellant werd veroordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.