ECLI:NL:CRVB:2015:3714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde WAO-uitkering wegens gebrek aan nieuwe feiten
Appellant had in 1984 een WAO-uitkering ontvangen die per 1 januari 1984 werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot onder 15%. In april 2013 vroeg appellant opnieuw een WAO-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was en dat zijn beperkingen waren toegenomen, met medische stukken ter onderbouwing. Het UWV stelde dat de aanvraag onvoldoende was onderbouwd en dat er geen aanleiding was tot nader onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zich ten onrechte beperkte tot een beoordeling op grond van artikel 4:6 Awb Pro, gericht op feiten rond 1 januari 1984, terwijl ook had moeten worden beoordeeld of de aanvraag een grond kon vormen voor een uitkering vanaf de datum van de aanvraag in 2013. Dit betekende een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Desondanks kon het besluit in stand blijven omdat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd die aanleiding gaven tot nader onderzoek of een gunstig besluit. De medische stukken konden niet worden betrokken bij de beoordeling wegens onvoldoende onderbouwing. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de herhaalde WAO-aanvraag wordt bevestigd vanwege het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing.