Uitspraak
OVERWEGINGEN
(…)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als tuinbouwmedewerkster, meldde zich in 2004 ziek wegens psychische klachten. Na initiële medische onderzoeken werd in 2006 een WIA-uitkering toegekend vanwege een ernstige psychische stoornis en arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Vanaf eind 2010 startte een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude. Uit dossieronderzoek, observaties en verhoren bleek dat appellante haar klachten had gesimuleerd om onterecht een uitkering te ontvangen. Een hernieuwd medisch onderzoek concludeerde dat er sprake was van simulatie en dat appellante vanaf het begin in staat was arbeid te verrichten.
Het UWV trok daarop in 2011 de WIA-uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde de onverschuldigde uitkeringen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante bewust medische onderzoeken had misleid en dat de intrekking en terugvordering rechtens gegrond zijn.
Appellante voerde aan onder druk te zijn gezet bij haar verklaringen, maar de Raad vond geen bewijs voor onvrijwillige verklaringen. De terugvordering van de uitkeringen en tegemoetkomingen werd eveneens bevestigd omdat geen dringende redenen tot kwijtschelding waren gebleken.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante wordt met terugwerkende kracht ingetrokken wegens simulatie en onterechte verstrekking vanaf 19 september 2006.