Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 23 januari 2013 een aanvraag ingediend voor bijstand met als gewenste ingangsdatum 9 april 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer kende bijstand toe vanaf 4 januari 2013, de datum waarop appellant zich bij het UWV had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat appellant zich niet eerder had gemeld of actie had ondernomen richting UWV of het college die tot een eerdere aanvraag hadden moeten leiden. Ook was niet aannemelijk dat appellant door zijn medische toestand niet eerder kon aanvragen. De enkele stelling van emotionele uitputting en depressieve klachten was onvoldoende. Het gebrek aan vertrouwen in vertegenwoordiging door derden was voor rekening en risico van appellant.
Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.