ECLI:NL:CRVB:2015:3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaren bij bijstandsblokkering en opschorting
Appellante ontvangt sinds februari 2012 bijstand op grond van de WWB. Het college blokkeerde en schortte de bijstand op in april 2014 wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens. Later trok het college de bijstand in, maar herroept dit besluit en betaalde de bijstand over april alsnog uit.
Het college verklaarde de bezwaren tegen de blokkering en opschorting niet-ontvankelijk omdat appellante geen belang meer zou hebben. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat zij wel belang had, omdat zij vergoeding van de kosten van rechtsbijstand vorderde.
De Raad oordeelt dat appellante procesbelang heeft en vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. De Raad beoordeelt zelf de bezwaren inhoudelijk en verklaart deze ongegrond, omdat het college terecht handelde bij de blokkering en opschorting op grond van het niet verstrekken van gegevens.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd, de bezwaren worden ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.