ECLI:NL:CRVB:2015:3747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaald verzoek IVA-uitkering na eerdere toekenning WGA-uitkering
Appellant diende een herhaald verzoek in tot toekenning van een IVA-uitkering, nadat eerder een WGA-uitkering was toegekend met ingang van 31 oktober 2011. Hij stelde dat hij al vanaf die datum recht had op een IVA-uitkering vanwege beperkingen aan zijn onderarm die niet waren veroorzaakt door het ongeval van 24 december 2012.
Het UWV wees het bezwaar af en stelde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het oorspronkelijke besluit. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de klachten aan de pols en onderarm pas vanaf 24 december 2012 relevant waren voor een IVA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat een aanvraag na eerdere toekenning moet worden beoordeeld naar strekking, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het verleden en de toekomst. Omdat er geen nieuwe feiten waren, kon het oorspronkelijke besluit niet worden herzien. Voor de toekomst was het oordeel van de verzekeringsarts dat de toename van klachten pas na 24 december 2012 plaatsvond, juist en zorgvuldig gemotiveerd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de IVA-uitkering per 24 december 2012 wordt bevestigd.