ECLI:NL:CRVB:2015:3753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellant heeft bij het UWV Werkbedrijf een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant onvoldoende inzicht heeft verschaft in zijn financiële situatie, met name hoe hij sinds maart 2012 in zijn levensonderhoud heeft voorzien.
Het college heeft voorschotten toegekend, maar later deze teruggevorderd vanwege onduidelijkheden over de herkomst van inkomsten en leningen. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de verstrekte verklaringen onvoldoende waren en dat de geldstromen niet controleerbaar waren.
In hoger beroep heeft appellant betoogd dat hij geen bankafschriften kon overleggen omdat hij contant geld leende en dat er sprake was van onbillijkheid van overwegende aard. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven en dat de uitzonderingsbepaling van artikel 16 WWB Pro niet van toepassing is. Ook is geen sprake van dringende redenen die terugvordering zouden rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie en het hoger beroep wordt verworpen.