ECLI:NL:CRVB:2015:3755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoerder wegens niet tijdige indiening
Appellant had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering die zijn gemaakt tot oktober 2012. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet vóór 1 april 2013, het jaar volgend op de kosten, was ingediend, conform het beleid van het college. Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden bestonden omdat zijn voormalig bewindvoerder zijn financiële zaken niet goed had behartigd en de aanvraag niet tijdig had gedaan.
De Raad oordeelde dat appellant deze stelling onvoldoende had onderbouwd en dat uit stukken bleek dat appellant in 2012 voldoende vermogen had om de kosten te voldoen. Bovendien was het bewind per 1 oktober 2012 opgeheven, waarna appellant zelf de aanvraag had kunnen indienen. De problemen en schulden die appellant na het opheffen van het bewind ervoer, waren niet voldoende om bijzondere omstandigheden aan te nemen.
Het college hanteert een buitenwettelijk, begunstigend beleid dat terugwerkende kracht aan bijzondere bijstand verbindt aan een aanvraag vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de kosten zijn gemaakt. De Raad stelde vast dat het college dit beleid consistent heeft toegepast. De eerdere aanvraag van appellant in maart 2013 was buiten behandeling gesteld en appellant had hiertegen geen bezwaar gemaakt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering is afgewezen wegens niet tijdige indiening en gebrek aan bijzondere omstandigheden.