ECLI:NL:CRVB:2015:3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2003 bijstand op grond van de WWB. Na een melding van het Inlichtingenbureau over een groot aantal auto’s die op naam van appellant stonden en waarvan kentekens ongeldig werden verklaard wegens export, verrichtte de gemeente Best een onderzoek. Hieruit bleek dat appellant tussen 2003 en 2012 34 auto’s op zijn naam had, waarvan 22 naar het buitenland waren geëxporteerd. Het college trok daarop de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat de auto’s bij wijze van vriendendienst op zijn naam stonden zonder betaling, maar de Raad oordeelde dat dit op geld waardeerbare transacties waren waaruit inkomsten konden zijn verkregen. Appellant had geen melding gemaakt van deze transacties, waardoor hij zijn inlichtingenverplichting schond. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand in de betreffende perioden.
De Raad bevestigde dat de intrekking en terugvordering op grond van deze schending terecht waren. Ook de opgelegde maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting werd gehandhaafd, waarbij een gedragsverandering na oplegging van de maatregel niet relevant is voor heroverweging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking, terugvordering en opgelegde maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.