ECLI:NL:CRVB:2011:BV0075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting onder WWB
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen een door de Bestuurscommissie opgelegde verlaging van zijn bijstand wegens het niet melden van inkomsten uit autotransacties over de periode 2003-2005. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de opgelegde maatregel een bestraffende sanctie betreft, gericht op het sanctioneren van de schending van de inlichtingenverplichting. Hoewel artikel 18, tweede lid, van de WWB pas vanaf 1 januari 2005 geldt, is de Bestuurscommissie bevoegd deze sanctie toe te passen vanaf 1 oktober 2004, mits de gedraging ook onder de Algemene bijstandswet (Abw) als grondslag geldt. Dit is hier het geval.
Appellant heeft nieuwe gegevens overgelegd, maar deze zijn onvoldoende om het eerder vastgestelde benadelingsbedrag van €22.075,30 te betwisten. De Raad bevestigt dat de Bestuurscommissie terecht het mildere sanctieregime van de Abw heeft toegepast in plaats van het zwaardere WWB-regime, conform internationale verdragsbepalingen.
Er is geen aanleiding om de maatregel verder te matigen of af te zien van de sanctie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.