ECLI:NL:CRVB:2015:3817
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen weigering vrijstelling griffierecht in WWB-procedure ongegrond verklaard
Verzoekers hebben verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Raad waarin hun verzoek om herziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. De Raad had verzoekers eerder de gelegenheid gegeven om binnen gestelde termijnen te reageren en het griffierecht te voldoen of bijzondere bijstand aan te vragen.
Verzoekers stelden dat zij schriftelijk hadden gereageerd en een IB60-formulier hadden ingediend, en dat zij in aanmerking kwamen voor verlaging van het griffierecht. Dit werd echter niet onderbouwd met voldoende bewijs. Uit de overgelegde bankafschriften bleek dat hun gezamenlijke maandinkomen €1.483,53 bedroeg, wat hoger is dan de grens van €1.080,35 voor vrijstelling.
De Raad concludeerde dat verzoekers niet hadden voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling en dat het griffierecht niet was betaald. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter O.L.H.W.I. Korte op 20 oktober 2015.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat verzoekers niet voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van griffierecht.