ECLI:NL:CRVB:2015:284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling griffierecht en nabestaandenuitkering op grond van de ANW
Appellante, voormalig echtgenote van de overleden verzekerde, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat appellante op het moment van overlijden niet gehuwd was en er geen verplichting tot levensonderhoud bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, hetgeen zij in hoger beroep betwistte. Daarnaast gaf appellante aan het griffierecht niet te kunnen betalen. De Raad beoordeelde dat heffing van griffierecht in beginsel de toegang tot de rechter niet mag belemmeren, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn bij betalingsonmacht.
Gezien het lage inkomen en het ontbreken van vermogen van appellante, die in Marokko woont zonder financiële banden met Nederland, werd geoordeeld dat zij niet in verzuim was voor het niet betalen van het griffierecht. De inhoudelijke beoordeling van het bezwaar bleef ongewijzigd: appellante voldeed niet aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering bevestigd; appellante is niet in verzuim voor het niet betalen van griffierecht.