ECLI:NL:CRVB:2015:3821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste opgave verblijfplaats dakloze
Appellant vroeg op 1 november 2012 een bijstandsuitkering aan en gaf daarbij aan dakloos te zijn. Hij vulde een formulier in waarin hij zijn verblijfplaats nauwkeurig beschreef, maar gaf geen wijzigingen door toen hij op andere locaties verbleef.
De Dienst Werk en Inkomen voerde een onderzoek uit en constateerde dat appellant niet op de opgegeven locatie werd aangetroffen tijdens controlebezoeken. Appellant beschikte niet over een mobiele telefoon en was slechts korte tijd per dag op de opgegeven plek aanwezig.
Het college wees de bijstandsaanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door de onjuiste en onvolledige opgave van verblijfplaats. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zijn wettelijke inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat hij op andere locaties verbleef. Ondanks zijn moeilijke situatie had hij de verplichting om het college te informeren. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was afwijzing terecht.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 3 november 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onjuiste opgave van verblijfplaats en schending van de inlichtingenplicht.