ECLI:NL:CRVB:2015:3864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht
Appellante ontving vanaf 1991 een nabestaandenuitkering die in 1998 inkomensafhankelijk werd. Zij vulde inkomstenopgaveformulieren in waarin zij haar inkomsten uit arbeid bij het werkgever niet vermeldde. In 2012 herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1998 en vorderde een bedrag van ruim €101.000 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep stelde dat de herziening kennelijk onredelijk was vanwege haar diplomatieke onschendbaarheid en het ontbreken van vragen door de Svb na 2006. Ook voerde zij aan dat de terugvordering haar financiële reserves zou uitputten.
De Centrale Raad oordeelde dat het voor appellante redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat haar inkomsten invloed hadden op de uitkering en dat het beleid van de Svb, als buitenwettelijk begunstigend beleid, consistent was toegepast. De Raad vond geen aanleiding om af te zien van terugvordering wegens dringende redenen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht en wijst het hoger beroep af.