ECLI:NL:CRVB:2015:3866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoud aangehuwde kinderen in Thailand
Appellant, met de Nederlandse nationaliteit, ontving vanaf het derde kwartaal van 2009 kinderbijslag voor zijn aangehuwde kinderen die samen met hun moeder in Thailand wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag de toekenning en maakte de kinderbijslag over meerdere kwartalen ongedaan omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarvan een deel gegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herstelde besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk minimaal €408 per kwartaal had bijgedragen aan de kosten van levensonderhoud van zijn kinderen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet op een eenvoudig controleerbare wijze aannemelijk had gemaakt dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden. Overgemaakte bedragen door een dochter werden niet meegerekend omdat zij geen deel meer uitmaakte van het huishouden van appellant. Ook financiële moeilijkheden bij spoedbetalingen veranderden het oordeel niet.
De Raad bevestigde het standpunt van de Svb en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.