ECLI:NL:CRVB:2015:3880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing pgb-verantwoording wegens contante betalingen en falen beroep vertrouwensbeginsel
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor persoonlijke verzorging in 2012. Het Zorgkantoor wees de verantwoording van het tweede deel van 2012 af vanwege contante betalingen aan zorgverleners, wat niet conform de Regeling subsidies AWBZ tekst 2012 is. Appellante stelde dat eerdere goedkeuringen van contante betalingen vertrouwen schepten dat dit ook voor het tweede deel van 2012 zou gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel. In hoger beroep herhaalde appellante haar beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat het Zorgkantoor extra zorgvuldigheid had moeten betrachten gezien de gewijzigde regeling.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat uit vaste rechtspraak volgt dat aan fouten van een bestuursorgaan in het verleden geen rechtens te honoreren vertrouwen kan worden ontleend voor de toekomst. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.