ECLI:NL:CRVB:2015:3899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ en indicatie persoonlijke verzorging klasse 2
Appellant vroeg op 25 juni 2013 bij het CIZ een indicatie aan voor persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ. Het CIZ wees hem aanvankelijk toe in klasse 3 voor een korte periode en vervolgens in klasse 1 voor een langere periode. Appellant maakte bezwaar tegen deze indicatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het advies van de medisch adviseur zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een hogere indicatie.
In hoger beroep stelde appellant dat CIZ zijn beperkingen onvoldoende had vastgesteld en dat hij bepaalde hulpmiddelen niet kon gebruiken, zoals een badborstel en aangepast bestek. Op de zitting gaf de gemachtigde van CIZ aan dat de zorgomvang van 1 uur en 58 minuten onterecht was ingeschaald als klasse 1; dit moest klasse 2 zijn. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde appellant toe in persoonlijke verzorging klasse 2 voor de periode van 16 december 2013 tot en met 15 december 2028.
De Raad oordeelde dat de beroepsgrond van appellant over onderschatting van beperkingen onvoldoende was onderbouwd en dat de indicatie binnen klasse 2 passend bleef. Verder werd appellant in de proceskosten van € 1.470,- en het griffierecht van € 159,- gelijk gesteld. De uitspraak vervangt het besluit van 4 november 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant wordt geïndiceerd voor persoonlijke verzorging klasse 2 voor de periode 2013-2028.