ECLI:NL:CRVB:2015:39
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Compensatie werktijdverkorting seniorenregeling bij overgang naar omgevingsdienst
Betrokkenen, werkzaam bij de provincie Zuid-Holland, maakten gebruik van de seniorenregeling die werktijdverkorting mogelijk maakte voor 60-plussers. Bij hun overgang naar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid verviel deze regeling, omdat de rechtspositieregeling van de omgevingsdienst deze niet kende. Betrokkenen voerden aan dat zij zich bij hun keuze voor de overgang hadden laten leiden door uitlatingen van een gedeputeerde, die de indruk wekte dat de seniorenregeling zou blijven gelden.
Appellant verleende slechts gedeeltelijk werktijdverkorting met toepassing van een hardheidsclausule en wees verdergaande toepassing af. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en oordeelde dat betrokkenen recht hadden op volledige toepassing van de seniorenregeling. Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkenen niet vrij waren in hun keuze en dat de rechtspositieregeling van de omgevingsdienst een pakketvergelijking had ondergaan waarbij de plussen de minnen overheersten.
De Raad stelde vast dat betrokkenen wel degelijk de keuze hadden om bij de provincie te blijven en dat de gedeputeerde door zijn uitlatingen een onjuiste verwachting had gewekt. Gelet op het feit dat betrokkenen in de laatste jaren meer uren moesten werken dan bij voortzetting bij de provincie, kon appellant het verzoek tot werktijdverkorting niet redelijkerwijs afwijzen. De Raad besloot zelf in de zaak te voorzien en bepaalde dat appellant betrokkenen financieel moet compenseren voor de gemiste werktijdverkorting. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, met vernietiging van het deel waarin appellant werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Appellant moet betrokkenen financieel compenseren voor gemiste werktijdverkorting overeenkomstig de seniorenregeling.