ECLI:NL:CRVB:2015:3914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap bij aanvraag Wajong-uitkering na eerdere afwijzing
Appellant, geboren in Nederland en houder van de Nederlandse en Surinaamse nationaliteit, verhuisde op jonge leeftijd naar Suriname en verbleef daar ruim 13 jaar. Hij diende meerdere aanvragen in voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wajong, die telkens werden afgewezen omdat hij op zijn 17e verjaardag geen ingezetene van Nederland was.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat een aanvraag na eerdere afwijzing naar zijn strekking moet worden beoordeeld en dat het Uwv bij onduidelijkheid aanvullende informatie moet inwinnen. Appellant stelde dat hij steeds ingezetene van Nederland bleef, ondanks zijn langdurig verblijf in Suriname, en dat zijn recht op een duuraanspraak voor de toekomst beoordeeld moest worden.
De Raad oordeelde dat de feitelijke omstandigheden, waaronder het langdurig verblijf in Suriname vanaf zijn derde levensjaar tot na zijn 17e verjaardag, geen duurzame band met Nederland op die datum aannemelijk maken. De intentie om terug te keren is onvoldoende om ingezetenschap aan te nemen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere besluiten bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op zijn 17e verjaardag geen ingezetene van Nederland was en wijst het beroep af.