ECLI:NL:CRVB:2015:396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 7 november 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de beperkingen van appellant niet werden onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onzorgvuldig onderzoek had gedaan door onder meer het psychiatrisch dossier en MRI-verslag niet mee te nemen, en dat hij om medische redenen bepaalde functies niet kon verrichten. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de psychische en fysieke beperkingen, inclusief de MRI-gegevens, waren betrokken. De beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden als juist beoordeeld.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de functies van monteur, allround medewerker car en productiemedewerker industrie, waarbij voor de overschrijding van belastbaarheid in bepaalde taken een duw- en trekhulp kan worden ingezet. De door appellant ingebrachte aanvullende medische informatie leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.