Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 17 april 2012 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bij uitspraak van 1 augustus 2013 bevestigd. In hoger beroep betoogt appellant dat zijn chronische vermoeidheidsklachten onvoldoende zijn meegenomen en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet toereikend zijn, waardoor hij niet in staat zou zijn de voorgestelde functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rapporten van de verzekeringsarts, die zorgvuldig zijn opgesteld en concludent zijn, een bijzondere waarde hebben en dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat deze rapporten onzorgvuldig zijn of onjuiste beoordelingen bevatten. Appellant heeft dit niet voldoende onderbouwd, onder meer omdat hij geen medische diagnose van CVS heeft kunnen overleggen.
De Raad stelt vast dat de FML voldoende beperkingen bevat die rekening houden met de klachten van appellant, waaronder vermoeidheid en whiplashproblematiek. Ook is vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor een urenbeperking op grond van de Standaard Verminderde arbeidsduur. De stelling dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist is vastgesteld, is niet nader onderbouwd en wordt verworpen.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van wettelijke rente of proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.